Archief

Onderstaand de ‘basisregels’ van Ismakogie. Voor elke dag en elke beweging…

Zoals Anne Seidel ontdekte zijn de voeten het fundament van ons lichaam. De voeten houden zoveel mogelijk contact met de grond. De hielen zijn dichter bij elkaar dan de voorvoeten.

De bodemcontactpunten (of steunpunten) zijn erg belangrijk in de Ismakogie. Gebruik deze steunpunten:

  • het hielsteunpunt = het hielbeen – achter/lateraal
  • het kleine-teensteunpunt = einde vijfde middenvoetsbeen
  • het grote-teensteunpunt = einde eerste middenvoetsbeen

We hebben dus 3 bodemcontactpunten in iedere voet, die in relatie met elkaar een natuurlijke driehoek vormen.

De handen hebben ook steunpunten net als de voet. Bij de handhiel het zachte stuk, het botje onder de wijsvinger en het botje onder de pink. Ook hier kunnen we een driehoek tekenen. Als we de steunpunten van de voet inzetten, zetten we ook de steunpunten van de handen in.

In onze Ismakogische houding worden telkens rechte hoeken (90°) gemaakt:

* In staande en liggende houding steeds twee rechte hoeken:

  • voet – onderbeen (spronggewricht)
  • hals – hoofd / kin

* In zittende houding op een stoel steeds vier rechte hoeken:

  • voet – onderbeen (spronggewricht)
  • onderbeen – bovenbeen (kniegewricht)
  • bovenbeen – bekkengordel (heupgewricht)
  • hals – hoofd / kin

* In zittende houding op de grond (langzit) steeds drie rechte hoeken:

  • voet – onderbeen (spronggewricht)
  • bovenbeen – bekkengordel (heupgewricht)
  • hals – hoofd / kin

Wanneer de voeten goed contact hebben met de grond (bodemcontact), dan bevindt de wervelkolom zich in de juiste stand en worden de rechte hoeken correct gevormd. Je kunt de kracht van de grond voelen. Voel de strekking door het hele lichaam. Gebruik bij de bewegingen je handen en voeten.

En zorg ervoor dat het hoofd steeds via de lange nek gedragen wordt.

 

3 Reacties op Basisregels Ismakogie