Archief

bekkenklachten

Bekkenbodemspieren

Aanleiding van dit artikel is de opmerking die Humberto Tan gaf tijdens zijn programma RTL Late Night op
11 oktober  2013. De aflevering waarin hij Goedele Liekens (de Belgische Seksuoloog) ontving en sprak over de bekkenbodem. Humberto maakte de opmerking ‘Hebben mannen ook bekkenbodemspieren dan?’.

Het antwoord is: Ja, mannen hebben ook bekkenbodemspieren. Deze bevinden zich net als bij de vrouw aan de onderzijde van het bekken.

bekkenbodemspieren man en vrouw

De bodem van het bekken bestaat uit steun- en spierweefsel. De bekkenbodemspieren hangen als een soort hangmat aan de onderzijde van het bekken; aan de voorkant aan het schaambeen en aan de achterkant aan het staartbeen.

De bekkenbodemspieren ondersteunen de inwendige organen die zich in de buik bevinden. Door de bekkenbodem lopen de blaas en urinebuis (urethra), de schede (vagina) en het uiteinde van de dikke darm (rectum) die uitmond in de anus. De bekkenbodemspieren (en banden) zorgen ervoor dat je:

  • buikholte wordt afgesloten, zodat jouw organen op hun plaats blijven
  • niet ongewenst urine of ontlasting verliest
  • kunt plassen en ontlasting kunt hebben
  • gemeenschap kunt hebben

Een verkeerde zithouding drukt het gezamenlijke lichaamsgewicht op de bekkenbodem. Zo kan het verzakking van de blaas, baarmoeder of darmen veroorzaken. Maar ook als je op één been staat, staat het bekken scheef. Dit veroorzaakt dat de wervelkolom uit zijn natuurlijke houding wordt gedrukt, met alle gevolgen van dien voor de tussenwervelschijven, en je hoofd. Een onjuiste houding heeft tot gevolg dat de ligging van de organen ook verkeerd is. En dat kan allerlei complicaties opleveren.

De bekkenbodemspieren zijn aan onze wil onderworpen. Daardoor zijn we in staat om met deze spieren oefeningen uit te voeren. Met onderstaande Ismakogieoefeningen wordt je je meer bewust van het gebruik van deze spieren.

Ter info: De bekkenbodemspieren hebben een duidelijke samenwerking met de stand van je voeten, het middenrif (en de buikspieren) en mondbodem. Als de samenwerking optimaal is, bevordert dit een natuurlijke en ontspannen ademhaling, een verminderde buikdruk en een goede doorbloeding in het bekken. Ook voor het beoefenen van deze spieren is het dan ook goed om de uitgangspunten van de Ismakogie vooraf te bestuderen. Lees ze hier.

Zittend:

  1. Ga goed op je zitbeenknobbels zitten. En denk ze naar elkaar toe. Eigenlijk kunnen de zitbeenknobbels niet naar elkaar toe bewegen. Echter je voelt activiteit in je bekkenbodemspieren.
  2. Wieg over je zitbeenknobbels, ga naar voren en iets naar achteren. Blijf rechtop zitten en ga niet onderuit ‘hangen’.
  3. Veer de binnenkant van je hielen naar elkaar toe zonder de voeten te verschuiven.
  4. Maak cirkels om je beide zitbeenknobbels. Blijf ook hier rechtop zitten.
  5. Draai een achtje om je zitbeenknobbels. Je kunt ook de tegenovergestelde richting opgaan. De kruising van de twee cirkels ligt tussen de zitbeenknobbels.
  6. Draai een achtje in de lengte van de bekkenbodem, rondom de voorste kringspier (urinebuis) en de achterste kringspier (anus)
  7. Ga goed zitten, ook óp je zitbeenknobbels. Trek je stuitje in de richting van je schaambeen.
  8. Ga goed zitten, ook op je zitbeenknobbels. Trek met behulp van je buikspieren je schaambeen richting je navel

Staand: De zittende oefeningen zijn ook staand uit te voeren, ze worden dan als volgt:

  1. Ga Ismakogisch goed staan. Denk je zitbeenknobbels naar elkaar toe.
  2. Wieg over je voorste steunpunten naar je achterste steunpunten in je voeten.
  3. Veer de binnenkant van je hielen naar elkaar toe zonder de voeten te verschuiven.
  4. Maak cirkels om je beide voeten.
  5. Draai een lemniscaat (liggende acht) om je beide voeten. De kruising van de acht is tussen beide voeten, en om elke voet maak je een cirkel van de acht.
  6. Draai een achtje in de lengte van de bekkenbodem, rondom de voorste kringspier (urinebuis) en de achterste kringspier (anus): Door het accent te leggen op je voeten, maak je een acht om de 4 voorste steunpunten en de 2 achterste steunpunten. De kruising van de acht is tussen beide voeten en de 6 steunpunten.
  7. Ga goed staan. Trek je stuitje in de richting van je schaambeen.
  8. Ga goed staan en trek met behulp van je buikspieren je schaambeen richting je navel

Voor de meer geoefende Ismakogiecursist natuurlijk ook een beweging: Ga goed zitten en trek de kringspier om de anus samen en een stukje omhoog. Laat deze ook weer langzaam los. Doe het zelfde met de vagina, en de urineuitgang.
Mannen kunnen (in plaats van de vaginaspieren die zij natuurlijk niet hebben) het perineum (de huid en spieren tussen de anus en de penis) en de prostaat samen trekken en rustig/zachtjes weer loslaten.
Je voeten en handen kunnen je nog helpen bij deze bewegingen. Degene die les van mij hebben, hebben dat ervaren.

 

 

Dorn-therapie

De zachte werveltherapie volgens Dieter Dorn

De Dorn-therapie of Dornmethode is een zachte wervel en gewrichtsbehandeling, ontwikkeld door Dieter Dorn uit Beieren, Duitsland. Als behandelaar heeft hij vele duizenden hulpzoekenden met een paar eenvoudige handgrepen van hun problemen en pijnen verlost.

De bewegingsactiviteiten van de mens zijn de laatste jaren, zowel beroepsmatig als in haar vrije tijd, totaal veranderd. Doordat we veel meer zittend werk verrichten, heeft dat er bij veel mensen toe geleid dat er een beenlengteverschil is ontstaan. De basis van de Dorn-therapie is altijd de correctie van het beenlengteverschil.
Bijna iedereen heeft een beenlengteverschil; de botten zijn wel even lang, maar één been lijkt langer door meer afstand in het heupgewricht. Er kan zelfs (in het meest extreme geval) een verschil ontstaan van wel 4,5 cm per been, namelijk 2 cm in het heupgewricht, 5 mm in het kniegewricht en 2 cm in het enkelgewricht.

Het heupgewricht bestaat uit een kop, die door spieren en ligamenten in de kom op de plaats wordt Heupgewrichtgehouden.
Door verschillende oorzaken kan deze kop uit de kom getrokken worden, bijvoorbeeld door veel auto te rijden, door verkeerd bewegen, door een ongeval of door met de benen over elkaar te zitten. “Pendel” je ook nog met het onderbeen (bijvoorbeeld schakelen of gas geven tijdens de autorit), dan wordt de trekkracht van de kop van het bovenbeen versterkt. Wanneer je dan weer opstaat, glijdt de kop helaas niet volledig terug in de kom. Hierdoor ontstaat er heel geleidelijk ruimte in het heupgewricht. De spieren en ligamenten worden iedere keer een beetje uitgerekt waardoor er een verschil in beenlengte ontstaat. Om dit beenlengteverschil op te heffen, maakt men bij reguliere therapievormen het kortere been langer. Je krijgt een orthopedische hakverhoging. Echter, dit stabiliseert de bekkenscheefstand, die later tot enorme heup- en lage rugklachten kan leiden!
Bij de Dornmethode wordt juist het langere been op een natuurlijke wijze korter gemaakt. Dit beenlengteverschil kan meestal met de Dornmethode worden opgeheven.

WVK

 

Dorn-therapie kan gebruikt worden bij ziektes, die direct of indirect samenhangen met de wervelkolom. De Dornmethode is vrij van ongewenste bijwerkingen, ongevaarlijk maar zeer werkzaam.
Het werkt zonder medicijnen!
De wervelbehandeling volgens Dorn is een behoedzaam en met gevoel verschuiven van de wervel. Het is een zachte correctie (zonder kraken) naar de ideale positie, die het lichaam aanneemt. Inzichten uit de Traditionele Chinese Geneeskunde (acupunctuur en de meridianenleer) bevestigen het verband tussen inwendige ziekten en de wervelkolom.

Dorn: OOK voor kinderen

De Dornmethode is niet alleen zeer geschikt voor volwassenen, deze is ook zeer geschikt voor kinderen (van alle leeftijden).

  • Baby’s: Bij de bevalling komen grote krachten vrij. Daarbij kan de wervelkolom of het bekken van het kind iets scheef komen te staan. Door een speciale massage bij de hele kleine kinderen wordt de scheefstand gecorrigeerd en voelen de kinderen zich vaak beter en huilen minder. Denk eerst aan deze Dorn-correctie voordat je jouw kindje een spreidbroekje laat aanmeten!
    Omdat deze methode zo makkelijk aan te leren is, kun je je kleintje al snel zelf behandelen.
  • Kinderen die zelfstandig kunnen lopen en een beenlengteverschil hebben, lopen het risico om op latere leeftijd allerlei lichamelijke klachten te krijgen die voortkomen uit de scheefstaande wervelkolom. Door verhogingen aan de schoen is het kind vaak het doelwit van pesterijen. Doordat het beenlengteverschil vaak in al één behandeling te corrigeren is, is het dan waarschijnlijk niet meer nodig om de hakverhoging te dragen. Jouw kind kan meestal weer gewone schoenen dragen en zal zich weer een gewoon kind kunnen voelen.

 

Je lichaam haat het om op 1 been te staan

Korrektur der Haltung

Wozu eine Korrektur? Ich stehe auch so bequem. Diese Meinung ist vorherrschend. Wird dem Skelett nicht genügend Halt geboten, werden die Gelenke unnötigerweise belastet, der Körper gibt der Schwerkraft nach, die Muskeln geraten in eine Fehlspannung, die Durchblutung und die Atmung werden behindert und die Organe einerseits gedrückt (Unterleib, Magen), andrerseits minderversorgt.’

Uit: ‘Ismakogie ‘Der Westliche Weg! – door Helga Parether en Brigitte Pichler’.

VERTALING: Waarom een correctie van de houding 

Correctie? Ik sta zo ook comfortabel. Deze mening overheerst. Als het skelet niet genoeg steun krijgt, dan worden de gewrichten onnodig belast. Het lichaam volgt de kracht van de zwaartekracht. Spieren komen in een foutieve spanning. De bloedsomloop en ademhaling wordt belemmerd en de organen worden ingedrukt (buik, maag). Het is allemaal (ook in het gezicht) minder verzorgd.

Kijk naar een jong kind en er vallen een aantal dingen op: volle ronde wangen, grote ronde ogen, een rechte wervelkolom, soepele heupgewrichten. En beweeglijke handen en voeten. Een jong kind, baby of peuter beweegt van nature het hele lichaam als het iets wil of doet. Heb jij ooit een peuter in de box onderuitgezakt zien hangen tegen de spijltjes van de box? Nee, het kindje zit keurig (‘kaars’) rechtop.

Als de peuter gaat staan, staat het op 2 benen. Heb je ooit een peuter gezien, staand en hangend in een heup? Naarmate wij ouder worden, leren wij af om spontaan en totaal te bewegen. Vaak is ons verteld: zit stil, wees rustig of gedraag je. Het gevolg hiervan is een verstarring en verkramping van spieren. En daarmee je houding. De voetzoolspieren verzwakken. Evenals de beenspieren en rugmusculatuur. Ook jouw gezichtsspieren geven toe aan de zwaartekracht. Je lichaam ‘hangt’ in zijn banden. En er ontstaat een foutieve houding.

Als een foutieve houding slechts een esthetisch probleem zou zijn, zou de bezorgdheid beperkt kunnen blijven tot ongerustheid over hoe men er uit ziet. Een langdurig aangehouden foutieve houding kan leiden tot ongemak, pijn of stoornissen. En dit komt helaas, vrij vaak voor! 

Lichamelijke klachten kunnen in veel gevallen voorkomen worden door een goede houding. Ismakogie is een houding- en bewegingsleer, die zich richt op bewust beter bewegen in het dagelijkse leven. En is ontwikkeld door Professor Anne Seidel uit Wenen. Professor Seidel ontdekte dat veel lichamelijke (pijn)klachten ontstaan door een verkeerde lichaamshouding tijdens het zitten, staan en lopen.

Ismakogie activeert met eenvoudige bewegingen spieren en fascie die we dagelijks verwaarlozen óf al langere tijd hebben verwaarloosd. De belangrijkste spiergroepen die worden verwaarloosd, bevinden zich rond de wervelkolom, schoudergordel en het bekken. Daar vinden we ook vaak de lichamelijke klachten. Denk maar aan: lage rugklachten, RSI/KANS, incontinentie of prostaatklachten. Hierbij werkt Ismakogie preventief en verlichtend. Ismakogie werkt ook bij gewrichtsproblemen, zoals: enkel, knie, nek en schouderproblemen.